activiteit thema ict

* Detective verhaal maken *

Ben jij een geboren detective? Ontdekt hoe je een misdaad kan oplossen en ga in groep aan de slag om een eigen detectiveverhaal te schrijven én filmen.

 6-12 jaar   1,5 uur

benodigdheden

  • Documenten storyboard
  • Document beschrijving set
  • Document 'We maken een film – werkwijze'
  • 10 foto's
  • Lessenaar met driehoekjes met daarop cijfer 1 – 10 (zoals op plaats delict)
  • Filmpjes
  • Drie verschillende krantenartikelen (meerdere exemplaren)
  • Videocamera’s en statieven
  • Materiaal voor het naspelen van de crime scene: witte overals, mondmaskers, krijt, ketchup, lippenstift, glas met lippenstift, verkleedkledij, ...

bron

Deze activiteit werd ontwikkeld voor het sport-wetenschapskamp “Studio Schoonmeersen” door Julie Ghyselinck (stafmedewerker wetenschapscommunicatie HOGENT).

download de fiche

verloop

Inleiding

In dit themakamp doen we allerlei activiteiten rond het detectiveverhaal en alles wat daarbij hoort. We zullen een aantal termen bespreken, aan sporenonderzoek doen en uiteindelijk zelf een misdaad bedenken om die vervolgens (kort) te verfilmen.

Activiteit 1

Benodigdheden

 

Verloop van de activiteit

Voorbereiding:

Leg de tien foto’s op een lange lessenaar met daarop genummerde driehoekjes, net zoals op een plaats delict wordt gedaan. Nummer 1 bij de eerste foto, nummer 2 bij de tweede foto, enzoverder.

Inleiding:

Een detectiveverhaal kennen jullie waarschijnlijk allemaal. Er zijn vaak detectivefilms te zien op de televisie, of detectiveseries zoals “Midsomer Murders”, “The Bridge”,… Vraag aan de deelnemers om zelf ook een aantal voorbeelden te geven van detectivefilms of -series.

Vraag aan de deelnemers hoe ze een detectiveverhaal zouden omschrijven en welke typische kernmerken zijn. Een detectiveverhaal is een verhaal waarin de detective een misdaad oplost. Een detectiveverhaal kent een aantal typische kenmerken, die we kort zullen bespreken:

De misdaad = het delict (delict = strafbaar feit). Er is een delict gepleegd en het is onduidelijk hoe het heeft plaatsgevonden en wie de dader is. Een delict kan een moord, een overval, een inbraak, een ontvoering,… zijn.

Plaats delict = de plaats waar het misdrijf werd gepleegd, maar ook alle andere plekken waar sporen van de misdaad aanwezig (kunnen) zijn. Denk bijvoorbeeld aan de plaats waar de vluchtauto van de overvallers is achtergelaten. De plaats delict wordt doorgaans, zo snel mogelijk nadat het delict heeft plaatsgevonden, met lint gemarkeerd om te voorkomen dat het wordt betreden door nieuwsgierigen en er sporen worden gewist. In sommige gevallen wordt een tent opgezet. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden om te voorkomen dat journalisten en andere belangstellenden de plaats delict kunnen bekijken en fotograferen, of om sporen te beschermen tegen weersomstandigheden.

Forensisch onderzoek of sporenonderzoek = onderzoek dat helpt bij het opsporen van daders of de oorzaken van (mogelijke) misdrijven op basis van wetenschappelijk bewijsvoering. Een eenvoudig voorbeeld van forensisch onderzoek is de bepaling van de verstreken tijd tussen het overlijden en het ontdekken van het lichaam.

Aan de slag:

De eerste activiteit gaat van start met de verdeling van groepjes. Laat de kinderen zich verdelen in groepjes van vijf en een groepsnaam bedenken. Per groepje krijgen ze een aantal foto’s die te maken hebben met het sporenonderzoek. Laat hen de sporen rangschikken naar relevantie. Stel hen de vraag: “Met welke sporen kan je het meest informatie verkrijgen over de dader?”. Laat hen ruimschoots nadenken en overleggen. Eenmaal het groepje het erover eens is, leggen ze de sporen in volgorde van relevantie vooraan bij de cijfertjes 1 (meest relevante spoort) tot 10 (minst relevante spoor). Zorg ervoor dat ze hun groepsnaam noteren achteraan op de foto’s.

Wanneer alle groepen de foto’s bij de cijfertjes hebben geplaatst, overloop je de verschillende foto’s van cijfer 1 tot en met 10 per groep. Vraag input van de kinderen: is het correct wat (groepsnaam) heeft gedaan? Vul zelf aan waar nodig.

Let op, er is geen correcte volgorde. Sommige sporten zijn minder belangrijk dan andere. Het is vooral belangrijk dat de kinderen met elkaar in discussie gaan, overleggen, nadenken, …

De foto’s zijn te vinden in bijlage. Hieronder zijn enkele argumenten omschreven per foto.

Foto 1 – haar: Haar is een belangrijk spoor aangezien men hieruit DNA kan isoleren en de verdachte kan identificeren. Let op, want het haar kan ook van het slachtoffer zijn.

Foto 2 – kauwgum: Kauwgom bevat speeksel en kan dus DNA bevatten van de verdachte. Ook hier geldt dat de kauwgum ook van het slachtoffer kan zijn.

Foto 3 – glas met wijn en fles: Het glas wijn kan speeksel bevatten of huidcellen, lipstick (aan de rand van het glas) van de verdachte, met andere woorden DNA. Opnieuw, dit kan ook van het slachtoffer zijn.

Foto 4 – kledij: De kans is groot dat de kledij huidcellen bevat van de verdachte. De kledij kan afkomstig zijn van het slachtoffer, maar door aanraking van de verdachte zullen er hoogs waarschijnlijk huidcellen achtergebleven zijn op de kledij, met andere woorden DNA.

Foto 5 – gecrashte auto: De auto kan een heel belangrijk bewijsstuk zijn. Hier zullen zeker DNA-sporen en vingerafdrukken te vinden zijn van het slachtoffer en/of de dader. Afhankelijk van de oorzaak van het ongeval en wie aanwezig was in de auto natuurlijk. Ook de papieren (indien nog aanwezig) in de auto kunnen aangeven wie de eigenaar is van de auto.

Foto 6 – klink met bloedsporen: Dit is heel belangrijk. Het bloed zal van het slachtoffer zijn, maar de kans is groot dat er vingerafdrukken (en eventueel ook huidcellen) van de dader te vinden zijn.

Foto 7 – bloed: Bloed van het slachtoffer zorgt voor DNA.

Foto 8 - kogel: De kogel is een spoor, maar iets minder dan alle andere sporen waarmee de dader kan worden geïdentificeerd. De kogel kan leiden naar een geweer en eventueel bevestigen dat een verdachte ook daadwerkelijk de dader is.

Foto 9 – GSM: Een GSM vormt ook een belangrijk spoor. Indien van het slachtoffer kan nagegaan worden met wie hij/zij het laatst heeft gebeld en wie dus de mogelijke dader is of wie meer info heeft over wat er is gebeurd, wanneer het slachtoffer het laatst werd gehoord,... Indien de GSM van de dader is, kan zijn/haar netwerk (contactpersonen, laatste oproepen,…) worden achterhaald en kan men hem/haar opsporen.

Foto 10 – sporen van autobanden: Bandensporen zijn eveneens belangrijk, maar geven minder informatie dan de voorgaande sporen. Zo kan achterhaald worden met welke auto werd gereden, kan men aan de hand van op de banden aanwezig materiaal (blaadjes, aarde, …) achterhalen vanwaar de auto afkomstig is enzoverder. Houd er wel steeds rekening mee dat alle sporen ook afkomstig kunnen zijn van buitenstaanders (die niks met de misdaad te maken hebben) of van nieuwsgierige kijkers.

Vervolg:

Ga verder met de uitleg aan de hand van volgend filmpje:  https://schooltv.nl/video/technische-recherche-sporenonderzoek/

Stel volgende vragen:

  • Waarom is het belangrijk dat de onderzoekers geen sporen achterlaten? (Antwoord: Zodat hun sporen en dus hun eigen DNA niet wordt vermengd met dat van de dader.)
  • Welke sporen kunnen van belang zijn en waarom? (Laat de kinderen hier uitgebreid aan het woord – gebruik de voorgaande oefening als leidraad.)
    • Haar, speeksel, huid, bloed 
    • Voetafdrukken
    • Vingerafdrukken
    • Kledij
    • Een glas met vloeistof
    • Spullen uit de prullenbak
    • Bloedsporen
  • Wat kunnen ze op basis van deze sporen te weten komen? (Antwoord: bijvoorbeeld de identiteit van de crimineel door een DNA-onderzoek.)
  • Wat willen ze zichtbaar maken met behulp van de lichtbron? (Antwoord: sporen zoals speeksel, … )
  • Hoe heet zo’n lichtbron? (Antwoord: crimescope)

 

Indien nog voldoende tijd over, geef je reeds mee dat we verder in de workshop een korte detectivefilm zullen maken. Laat hen al een eerste keer brainstormen over de misdaad die ze zullen bedenken, hoe de plaats delict eruit zal zien, wat het sporenonderzoek zal inhouden en wat ze precies zullen verfilmen.

Laat de kinderen per groepje samenzitten en bezorg ze het bundeltje “We maken een detectivefilm” + storyboard + beschrijving set. Laat ze dit eerst grondig doorlezen en geef wat extra uitleg. Hou na het einde van de workshop zelf de bundels/groep bij zodat ze niet verloren gaan en nog kunnen gebruikt worden de volgende dag.

Activiteit 2

Benodigdheden

  • Documenten (storyboard, beschrijving set, We maken een film – werkwijze)
  • Filmpje: https://www.youtube.com/watch?v=D1OGj5tBIZ4
  • Drie verschillende krantenartikelen. Zorg voor meerdere exemplaren zodat elk groepje op hetzelfde moment hetzelfde krantenartikel kan doornemen.

 

Verloop van de activiteit

Start met de activiteit. Laat de kinderen opnieuw plaatsnemen in groepjes van vijf personen. Geef aan elk groepje hetzelfde krantenartikel. Laat de kinderen per groep het artikel bestuderen en laat hen vragen opstellen voor een verhoor aan de hand van de gevonden sporen en aanwijzingen. Eens alle groepjes klaar zijn, wordt er telkens één ondervrager aangeduid uit de ene groep en een verdachte uit de andere groep. Het verhoor gaat van start. Doe na het eerste krantenartikel hetzelfde met de andere twee krantenartikelen. Zorg dat er telkens een andere ondervrager uit een groepje en een verdachte uit een andere groep aan bod komt. Laat enkel de kinderen verdachte en ondervrager spelen als ze dat zelf willen, dit mag geen verplichting zijn.

Indien er nog voldoende tijd over is, geef je mee dat we aan het einde van het kamp een korte detectivefilm zullen maken. Laat hen al een eerste keer brainstormen over de misdaad die ze zullen bedenken, hoe de plaats delict eruit zal zien, wat het sporenonderzoek zal inhouden en wat ze precies zullen verfilmen.

Activiteit 3

Benodigdheden

  • Documenten (storyboard, beschrijving set, We maken een film – werkwijze)

 

Verloop van de activiteit

Vandaag werken de kinderen continu aan hun detectivefilm. Aan de hand van de verschillende documenten in bijlage werken ze in groepjes van vijf kinderen een scenario uit en bedenken ze welke materialen ze zullen gebruiken om tot een goede set te komen. Het is ook de bedoeling dat ze een storyboard optekenen en een beschrijving van de set maken. De verfilming gebeurt pas op het einde van het kamp. Geef zelf duidelijk aan welk materiaal er voorhanden is. Ze mogen gerust materiaal meebrengen van thuis.

Activiteit 4

Benodigdheden

  • Documenten (storyboard, beschrijving set, We maken een film – werkwijze)
  • Videocamera’s en statieven
  • Materiaal voor het naspelen van de crime scene:
    • Witte overals
    • Mondmaskers
    • Krijt
    • Ketchup
    • Lippenstift
    • Glas met lippenstift
    • Verkleedkledij
    • ...

 

Verloop van de activiteit

Vandaag mogen alle groepjes hun scene verfilmen en gebruik maken van het materiaal dat is voorzien om de crime scene na te bootsen.